Mesh wifi punten op de beste plek zetten

Door Redactie

Zet een extra mesh-punt niet in de kamer met het slechtste bereik, maar ongeveer halverwege tussen de hoofdrouter en die plek. Plaats het vrij en op hoogte, weg van metaal, dikke muren en gesloten kasten. Controleer daarna op meerdere plekken of het apparaat daadwerkelijk met het dichtstbijzijnde punt verbinding maakt.

Mesh wifi punt op een open kast in een woonkamer

Een tussenpunt heeft zelf ook goed bereik nodig

Mesh wifi werkt als een keten. Het hoofdstation is verbonden met je modem, en de andere punten geven het signaal door. Staat een punt precies in een wifi-dode hoek, dan ontvangt het zelf te weinig signaal om een goede verbinding door te geven. Een lampje of app kan wel aangeven dat het punt online is, maar de snelheid kan alsnog tegenvallen.

Kies daarom eerst een plek waar je telefoon of laptop nog redelijk internet heeft via het hoofdstation. Van daaruit kan het mesh-punt het bereik uitbreiden naar de aangrenzende kamer, verdieping of tuinzijde. In een lang huis is een rij van goed geplaatste punten doorgaans beter dan meerdere punten die allemaal aan de rand van het bereik staan.

Let vooral op wat er tussen twee punten staat. Gewapend beton, vloerverwarming met metalen lagen, een betonnen vloer, een grote spiegelwand en een meterkast kunnen wifi flink afzwakken. Soms is een plek aan dezelfde kant van de trap of hal beter dan een punt dat hemelsbreed dichterbij staat, maar meerdere zware muren moet passeren.

Geef het hoofdstation een open en centrale plek

De plaats van het eerste mesh-punt bepaalt wat de rest van het systeem kan bereiken. Zet dit punt, als de aansluiting dat toelaat, niet op de grond in een meterkast of achter de televisie. Een open plank, kast of tafel op ongeveer borsthoogte werkt meestal gunstiger.

  • Houd ruimte vrij rondom het apparaat; stop het niet tussen boeken, in een lade of achter een bank.
  • Zet het niet vlak naast een magnetron, draadloze speaker, babyfoonbasis of groot metalen apparaat.
  • Leg het niet op een metalen rek of direct tegen een radiator aan.
  • Probeer het zo centraal mogelijk in het deel van het huis te zetten waar internet het meest wordt gebruikt.

De meterkast is vaak onhandig omdat daar leidingen, metaal en dikke wanden samenkomen. Kun je de hoofdrouter niet verplaatsen, dan kan een eerste extra mesh-punt net buiten de meterkast al een groot verschil maken. Dat punt moet dan wel nog een betrouwbaar signaal van het hoofdstation ontvangen.

Verdeel punten per verdieping in plaats van per kamer

Wifi verspreidt zich niet overal gelijk. Een houten verdiepingsvloer laat vaak meer signaal door dan een betonnen vloer, maar meubels, leidingen en isolatie kunnen de richting alsnog beïnvloeden. Bij een huis met meerdere verdiepingen is één punt per belangrijke woonlaag vaak logischer dan op iedere verdieping een punt helemaal aan een uiteinde.

Probeer een punt op de eerste verdieping bijvoorbeeld rond de overloop, in een open werkkamer of nabij het trappenhuis te zetten. Zo kan het signaal meerdere kamers bereiken én blijft de verbinding met een punt beneden meestal beter. Plaats een punt voor zolder niet meteen in de verste slaapkamer wanneer de overloop nog voldoende dekking geeft.

In een brede woning kan de indeling juist anders uitpakken. Dan zijn twee punten op dezelfde verdieping soms nuttiger dan een extra punt boven. Kijk daarom naar de plekken waar je echt verbinding nodig hebt: de bank, werkplek, slaapkamer, deurbelcamera of een kamer aan de achterzijde van het huis.

Test een nieuwe positie met echte internetgebruik

Een wifi-icoon met veel streepjes zegt niet alles. Test na elke verplaatsing op de plek waar je last had, bijvoorbeeld met een videogesprek, een webpagina, streamingdienst of het versturen van een groter bestand. Doe dit ook op verschillende tijdstippen; storing van buren en druk gebruik in huis kunnen verschil maken.

  1. Zet één punt tijdelijk neer: kies een open plek tussen het hoofdstation en de zwakke zone. Gebruik zo nodig een verlengsnoer om de positie eerst uit te proberen.
  2. Wacht tot het systeem is verbonden: kijk in de bijbehorende app of het punt een goede verbinding met de rest van het mesh-systeem heeft. Verplaats het iets dichterbij wanneer de verbinding als zwak wordt aangeduid.
  3. Meet op de probleemplek: gebruik internet zoals je normaal doet en let op laadtijd, haperingen en stabiliteit. Loop ook langzaam van kamer naar kamer met je telefoon om te zien of de verbinding niet wegvalt.
  4. Verplaats in kleine afstanden: schuif het punt een of twee meter op, of zet het aan de andere zijde van een deuropening. Zo ontdek je of een muur, kast of vloer het signaal hindert.
  5. Geef apparaten tijd om over te schakelen: sommige telefoons, tv’s en laptops blijven nog even verbonden met een verder weg gelegen punt. Schakel wifi kort uit en weer in of wacht enkele minuten voordat je opnieuw beoordeelt.

Verander steeds maar één ding. Wanneer je meerdere punten tegelijk verplaatst, is lastig te zien welke aanpassing het resultaat heeft verbeterd of verslechterd.

Te veel mesh-punten kunnen elkaar juist hinderen

Meer punten betekenen niet automatisch beter wifi. In een klein appartement kan een extra punt dicht bij de router onnodig zijn. De punten zenden dan allemaal uit in hetzelfde beperkte gebied, terwijl apparaten vaker moeten kiezen met welk punt zij verbinding maken. Dat kan tot onrustige verbindingen leiden.

Houd daarom liever een bruikbare onderlinge afstand aan dan elk punt in een aangrenzende kamer te zetten. De precieze afstand verschilt per huis en materiaal, maar de verbinding tussen twee punten moet duidelijk sterker zijn dan die op de uiteindelijke probleemplek. Is een punt nauwelijks nodig op zijn eigen locatie, haal het dan tijdelijk weg en vergelijk de dekking.

Ook identieke namen voor 2,4 en 5 GHz zijn bij mesh-systemen vaak bewust ingesteld. Het systeem kiest dan meestal zelf de geschikte band. Pas zulke instellingen alleen aan wanneer je begrijpt waarvoor ze dienen of wanneer de handleiding van jouw systeem daar specifiek om vraagt.

Een netwerkkabel maakt een lastig gelegen punt veel sterker

Een mesh-punt gebruikt zonder kabel een deel van de wifi-verbinding om met de andere punten te communiceren. Dat heet de draadloze verbinding tussen de stations. Bij grote afstand of veel obstakels kan juist die verbinding de beperkende factor zijn.

Kun je naar een werkplek, zolder of achterkamer een netwerkkabel leggen, dan kan een mesh-punt daar vaak via die kabel met het netwerk verbinden. Het wifi-signaal in die kamer hoeft dan niet meer door meerdere muren of vloeren terug naar het hoofdstation. Controleer in de app of handleiding of jouw systeem deze bekabelde verbinding ondersteunt en of het punt als bedraad wordt herkend.

Gebruik geen beschadigde kabels en leg een kabel zo dat niemand erover kan struikelen of hem kan afknellen in een deur. Lukt bekabelen niet, zet het draadloze punt dan liever op een tussenlocatie met een sterke verbinding dan in de uiterste hoek van het huis.

Signalen dat de opstelling nog niet klopt

Een haperende verbinding hoeft niet altijd door de plaatsing te komen, maar deze verschijnselen wijzen vaak wel daarop:

  • Internet is vlak bij een mesh-punt toch traag, terwijl het dichter bij de hoofdrouter goed werkt.
  • Een videogesprek valt vooral uit bij het wisselen van verdieping of kamer.
  • Een punt meldt in de app regelmatig een zwakke verbinding met een ander punt.
  • Het bereik is goed in de ene helft van een kamer en plots slecht achter een dikke muur of kast.
  • De verbinding wordt beter wanneer je een deur openzet of het punt tijdelijk hoger neerzet.

Begin dan met de positie van het punt dat de zwakke zone moet bedienen. Zet het hoger, vrijer of dichter naar het vorige punt toe en test opnieuw. Blijft het probleem op alle plekken aanwezig, herstart dan eerst modem en mesh-systeem volgens de aanwijzingen van de fabrikant. Ook een verouderde softwareversie of een storing van de internetverbinding kan een rol spelen.

Scroll naar boven