Bekijk niet alleen het midden van het loopvlak
Autobanden slijten geleidelijk, maar normale slijtage is meestal redelijk gelijkmatig verdeeld over het loopvlak. Kijk daarom niet alleen recht van voren naar de band. Controleer de buitenste profielrand, het midden en – voor zover zichtbaar – de binnenste rand. Vergelijk vervolgens de linker- en rechterband op dezelfde as.

Bij de voorbanden helpt het om het stuur eerst helemaal naar links en daarna helemaal naar rechts te draaien. Zo komt de achterkant van het loopvlak beter in beeld. De binnenkant blijft soms lastig te zien. Gebruik dan een zaklamp en kijk vanaf de grond schuin achter de band, zonder onder de auto te kruipen.
Voel ook voorzichtig met een vlakke hand over het profiel. Een gelijkmatig profiel voelt in beide rijrichtingen ongeveer hetzelfde. Voelen de profielblokken ruw of scherp wanneer je er één kant op strijkt, dan kan er sprake zijn van zaagtandslijtage.
Welk slijtagepatroon je op de band kunt zien
Een kale middenstrook
Is vooral het midden van de band sneller afgesleten dan de zijkanten, dan heeft de band mogelijk langere tijd met te hoge spanning gereden. De band bolt dan iets meer op, waardoor het middendeel relatief veel contact met de weg maakt. Controleer de spanning altijd bij koude banden en gebruik de bandenspanning die voor jouw auto en belading is voorgeschreven.
Slijtage langs beide buitenranden
Zijn juist beide schouders van het loopvlak duidelijk lager dan het midden, dan kan een te lage bandenspanning een rol spelen. De band draagt dan meer op de randen. Ook veel korte ritten kunnen ertoe leiden dat je een drukverlies minder snel opmerkt. Een band die steeds opnieuw spanning verliest, verdient een controle op bijvoorbeeld een lekkage of een beschadigd ventiel.
Een afgesleten binnen- of buitenrand
Slijtage aan slechts één zijde van de band past minder goed bij alleen een verkeerde bandenspanning. Het kan wijzen op een afwijkende wielstand, bijvoorbeeld de stand waaronder het wiel helt of rechtuit wijst. Een harde stoeprand, een diepe kuil of slijtage in delen van de wielophanging kan zo’n afwijking veroorzaken. Vooral slijtage aan de binnenrand wordt gemakkelijk gemist, terwijl er nog voldoende profiel zichtbaar lijkt aan de buitenkant.
Happen, kuilen of losse gladde plekken
Onregelmatige plekken rond de omtrek van de band kunnen ontstaan wanneer een wiel tijdens het remmen niet netjes blijft rollen, maar steeds kort slipt of stuitert. Ook een versleten schokdemper of een probleem met de balans van het wiel kan bijdragen. Dit patroon gaat soms samen met bonken, trillen in het stuur of een dreunend bandengeluid dat met de snelheid toeneemt.
Zaagtanden op de profielblokken
Bij zaagtandslijtage is de ene rand van een profielblok hoger of scherper dan de andere. Dit komt geregeld voor op achterbanden, maar kan ook vooraan ontstaan. De auto kan daarbij iets meer bandenlawaai maken. De oorzaak kan liggen in de wieluitlijning, ophanging of de manier waarop de banden eerder zijn gewisseld. Laat niet alleen het profiel beoordelen, maar vraag ook naar de mogelijke oorzaak.
Vergelijk profielhoogte en slijtage-indicatoren
Meet het profiel op meerdere plaatsen: aan de binnenkant, in het midden en aan de buitenkant van elke band. Een profielmeter is hiervoor het duidelijkst, maar de slijtage-indicatoren in de hoofdgroeven geven ook een bruikbare waarschuwing. Dit zijn kleine dwarsbalkjes van rubber in de groef. Ligt het loopvlak bijna gelijk met zo’n balkje, dan is de band aan vervanging toe.
De wettelijke minimumprofieldiepte voor personenautobanden is 1,6 millimeter. Wacht bij ongelijkmatige slijtage niet tot de hele band op die grens zit. Een plaatselijk kaal deel heeft minder grip, vooral op een nat wegdek. Controleer ook of er scheuren, bulten, een spijker of een andere beschadiging in de band zit.
Zo leg je de afwijking goed vast voor de garage
- Maak foto’s van elke verdachte band: fotografeer het hele loopvlak en daarna het afwijkende deel van dichtbij. Een foto van links en rechts op dezelfde as maakt verschillen beter zichtbaar.
- Noteer de plek van de slijtage: schrijf op of het om de voor- of achteras gaat en of de binnenkant, buitenkant, het midden of losse plekken zijn afgesleten.
- Let tijdens het rijden op bijkomende signalen: noteer of de auto naar één kant trekt, het stuur trilt, het stuur scheef staat bij rechtdoor rijden of er een nieuw zoemend geluid is.
- Laat band en onderstel samen controleren: vraag een bandenbedrijf of garage om de bandenspanning, wieluitlijning, wielbalans en zichtbare delen van de ophanging te beoordelen. Alleen een nieuwe band plaatsen lost de oorzaak niet altijd op.
Bandenspanning aanpassen lost niet ieder patroon op
Een correcte bandenspanning is belangrijk en eenvoudig zelf te controleren, maar herstelt geen al afgesleten profiel en corrigeert geen scheve wielstand. Pas de spanning aan volgens de sticker of handleiding van de auto, liefst voordat je een rit maakt. Controleer alle vier banden en vergeet een eventueel reservewiel niet als dat onderdeel is van je onderhoud.
Wissel banden ook niet zomaar van plaats om het probleem minder zichtbaar te maken. Bij een richtinggebonden band of een band met een voorgeschreven draairichting is de montage bovendien belangrijk. Een garage kan beoordelen of banden nog veilig te gebruiken zijn en of wisselen binnen de voorschriften van de autofabrikant past.
Niet verder rijden bij een bult, karkasschade of ernstig profielverschil
Zie je een bult in de wang van de band, blootliggende koordlagen, een diepe scheur of een plaatselijk bijna kale strook, gebruik de auto dan niet onnodig. Dit kan duiden op interne schade of sterk verminderde grip. Laat de band professioneel beoordelen en vervang hem wanneer dat nodig is.
Maak ook snel een afspraak wanneer de auto plotseling trekt, hevig trilt of een kloppend geluid geeft. Ongelijke bandenslijtage is soms het eerste zichtbare teken van een probleem aan uitlijning, ophanging of remmen. Vroege controle voorkomt vaak dat een nieuwe band opnieuw ongelijk afslijt.
