Vuil op rubber en glas veroorzaakt vaak vegen
Een ruitenwisser trekt water gelijkmatig van het glas af met een dunne, soepele rubberen rand. Zand, verkeersfilm, boomhars, insectresten of een vettig laagje verstoren dat contact. Het rubber kan dan vuil meenemen over de ruit en een brede waas, dunne strepen of een boogvormig spoor achterlaten.

Ook een ruit die er schoon uitziet, kan een laagje hebben waarop water slecht wegtrekt. Dat merk je vooral bij laagstaande zon of tegemoetkomend licht: de strepen worden dan veel zichtbaarder. Maak daarom niet alleen de wisser schoon, maar neem altijd het hele veegvlak op de voorruit mee.
Wisserrubber schoonmaken zonder het te beschadigen
Zet de auto stil, schakel de ruitenwissers uit en klap de wisserarmen voorzichtig van de ruit. Leg ze niet met kracht tegen de voorruit terug: een losgelaten arm kan hard tegen het glas slaan.
- Veeg de ruit af: verwijder eerst zand en los vuil met water of ruitenreiniger en een zachte, schone doek. Zo voorkom je dat korrels bij de volgende wisbeurt krassen veroorzaken.
- Maak het rubber schoon: knijp een vochtige doek rond de volledige rubberen rand en trek die van het ene uiteinde naar het andere. Herhaal dit tot er nauwelijks meer donker vuil op de doek komt.
- Neem de scharnierpunten mee: veeg vuil en bladeren weg bij de wisserarm en onderaan de voorruit. Ophopingen daar kunnen de arm hinderen of opnieuw op de ruit terechtkomen.
- Laat de ruit nat wissen: klap de armen rustig terug en test met voldoende ruitensproeiervloeistof. Gebruik ruitenwissers liever niet op een droge, stoffige ruit.
Gebruik geen schurende spons, schuurmiddel of scherp voorwerp op het wisserrubber. Daarmee ontstaan kleine beschadigingen die juist strepen kunnen geven.
Het patroon van de strepen zegt iets over de oorzaak
Let tijdens een paar wisbeurten op waar en wanneer het spoor ontstaat. Dat maakt de keuze tussen schoonmaken, bijstellen of vervangen makkelijker.
- Een enkele vaste streep: vaak zit er een korreltje, een inkeping of een uitgedroogd stukje in de rubberrand. Maak het rubber schoon en controleer het op beschadigingen.
- Een brede waas over bijna de hele ruit: meestal is de ruit vettig of zit er vuil op beide wissers. Reinig ruit en rubbers opnieuw, ook aan de uiteinden.
- Ongewiste hoek of strook: het blad volgt de bolling van de ruit niet goed meer. Een kromme wisserarm, versleten rubber of een onjuist passend wisserblad kan de oorzaak zijn.
- Strepen alleen bij weinig regen: er is te weinig vocht tussen rubber en glas. Gebruik de sproeier en voorkom droog wissen.
- Stuiteren of piepen met onderbroken strepen: het rubber is vaak hard geworden, vervormd of vervuild. Bij aanhoudend stuiteren is vervangen doorgaans verstandiger dan blijven reinigen.
Een versleten wisserblad herken je aan de rand en de druk
Bekijk het rubber over de hele lengte. Een goede rand is recht, glad en soepel. Scheurtjes, rafels, een blijvend plat stuk of loslatend rubber betekenen dat het blad zijn werk niet meer betrouwbaar doet. Vervang dan het hele wisserblad of, wanneer dat voor jouw type mogelijk is, de rubberen inzet.
Controleer ook of het blad gelijkmatig tegen de ruit ligt. Til het voorzichtig iets op en laat het terugkomen zonder het tegen het glas te laten klappen. Staat een deel zichtbaar los van de ruit, of is het frame krom, dan helpt schoonmaken meestal niet voldoende. Kies een wisserblad dat specifiek geschikt is voor jouw auto; lengte en bevestiging verschillen per model.
Vervang bij voorkeur beide wissers aan de voorzijde wanneer ze even oud zijn. Zo blijft de wisdruk links en rechts vergelijkbaar en voorkom je dat één oude wisser vuil op een net schoongemaakte ruit achterlaat.
Ruitensproeiervloeistof helpt alleen bij een schone installatie
Vul het reservoir met geschikte ruitensproeiervloeistof voor het seizoen. Gewoon water verwijdert vet minder goed en kan bij vorst problemen geven. Een lege of slecht sproeiende installatie zorgt ervoor dat je sneller droog wist, met extra strepen en slijtage als gevolg.
Komt er maar een zwak straaltje uit één sproeier, maak de buitenkant van het sproeiergaatje dan voorzichtig schoon met een zachte doek. Prik niet diep in het gaatje en verbuig de sproeier niet zomaar; de straalrichting kan daardoor veranderen. Werkt de sproeier daarna nog steeds niet goed, laat de oorzaak nakijken.
Bij slecht zicht is tijdelijk stoppen de veilige keuze
Rijd niet door wanneer strepen, waas of een ongewiste zone je zicht merkbaar beperken, zeker niet in het donker of bij regen. Zet de auto op een veilige plek stil en maak ruit en wissers schoon of vervang een beschadigd blad. Een schone voorruit aan de binnen- én buitenkant helpt ook tegen hinderlijke lichtreflecties.
Blijven nieuwe of gereinigde wissers strepen maken terwijl de ruit schoon is, dan kan de wisserarm onvoldoende druk geven of niet goed uitgelijnd zijn. Laat dit beoordelen door een garage, vooral wanneer de arm verbogen lijkt of tegen de ruit tikt.
