Schittering ontstaat door contrast, niet alleen door veel licht
Een werkplek kan behoorlijk licht zijn en toch onprettig kijken. Dat gebeurt vooral wanneer je ogen steeds moeten wisselen tussen een helder vlak en een donkere omgeving. Denk aan een onbedekte lamp boven je bureau, zonlicht op een glanzend tafelblad of een wit venster vlak naast je scherm.

Ook reflecties zijn een veelvoorkomende oorzaak. Op een beeldscherm zie je dan bijvoorbeeld de lamp, het raam of een lichte muur achter je terug. Je gaat ongemerkt anders zitten, knijpt je ogen samen of zet je scherm te fel. Het doel is daarom niet om de ruimte zo donker mogelijk te maken, maar om grote verschillen in helderheid te verkleinen.
Geef raamlicht een plek naast het scherm
Daglicht is prettig om bij te werken, maar direct zonlicht en een fel raam kunnen hinder geven. Zet een bureau waar mogelijk zo dat het raam aan de linker- of rechterkant van je scherm zit. Daarmee voorkom je dat je voortdurend tegen het licht inkijkt én dat het raam prominent op het scherm weerspiegelt.
- Staat je scherm met de rug naar het raam, dan kan licht van achteren in het beeld reflecteren. Draai het bureau of scherm een kwartslag als dat kan.
- Staat het scherm recht naar het raam gericht, dan is het raam vaak te fel in je gezichtsveld. Een andere kijkrichting werkt meestal rustiger.
- Gebruik bij laagstaande zon een gordijn, jaloezie of andere lichtdoorlatende raambekleding. Sluit die alleen zover als nodig is om de felle strook zon te breken.
Een donkere, volledig afgesloten kamer is meestal geen ideale oplossing bij beeldschermwerk. Het heldere scherm wordt dan juist het enige lichtpunt, wat opnieuw een groot contrast geeft.
Richt bureaulampen op het werkvlak, niet op je ogen
Een bureaulamp is vooral bedoeld om papieren, een toetsenbord of handwerk te verlichten. De lichtbron zelf hoeft daarbij niet zichtbaar te zijn. Kies een lamp met een kap, diffuser of afscherming, zodat je niet rechtstreeks in de lamp kijkt wanneer je rechtop zit.
- Zet de lamp iets opzij: plaats hem links of rechts van het werkvlak, buiten je normale kijkrichting. Bij schrijven kan de lamp het best aan de kant van je niet-schrijfhand staan, zodat je hand minder schaduw werpt.
- Richt het licht schuin omlaag: laat de bundel op je papier, toetsenbord of werkmateriaal vallen en niet op het midden van je scherm.
- Verplaats glanzende voorwerpen: een gelakt bureau, plastic insteekhoes of glimmend notitieblok kan licht terugkaatsen. Verander de hoek van de lamp of leg het materiaal iets anders neer.
- Controleer vanuit je zitpositie: ga zitten zoals je normaal werkt. Zie je de lamp als een fel punt, of zie je hem in het scherm terug, dan staat hij nog niet goed.
Een lamp hoog boven het hoofd kan schaduw in je gezicht geven of op een bril weerspiegelen. Een lager geplaatste, afgeschermde lamp die van opzij komt, is voor veel werkzaamheden rustiger.
Stem schermhelderheid af op de kamer
De helderheid van een scherm hoeft niet maximaal te staan. Een erg fel scherm in een gedempte ruimte kan vermoeiend aanvoelen. Andersom wordt een te donker scherm lastig leesbaar in een lichte kamer, waardoor je geneigd bent dichterbij te gaan zitten.
Pas de helderheid aan terwijl je de gewone verlichting en raambekleding gebruikt. Lees een paar regels tekst en bekijk een lichte pagina. Het beeld moet duidelijk zijn zonder dat het als een lichtbak opvalt. Verander daarna liever ook de verlichting in de ruimte dan alleen de scherminstelling steeds verder op of neer te zetten.
Een schoon scherm helpt eveneens. Vegen, stof en vingerafdrukken maken spiegelingen zichtbaarder en kunnen tekst minder helder maken. Schakel het scherm uit, gebruik een zachte droge microvezeldoek en wrijf zonder druk. Gebruik alleen een licht bevochtigde doek wanneer de instructies van de fabrikant dat toestaan.
Maak van één plafondlamp geen harde hoofdrolspeler
Een enkele kale plafondlamp boven een bureau zorgt gemakkelijk voor harde schaduwen en lichtvlekken. Rustiger licht ontstaat vaak door de ruimte breder te verlichten, bijvoorbeeld met een afgeschermde plafondlamp in combinatie met een bureaulamp voor precies werk. Zo hoeft geen van beide lampen extreem fel te zijn.
Let ook op de richting van armaturen. Een spot die recht op het scherm, een glanzend bureau of je gezicht schijnt, geeft sneller hinder dan een armatuur die het licht verspreidt. Een kap of matte afwerking van de lamp helpt het licht te verzachten. Vervang een lamp alleen wanneer de fitting en het maximaal toegestane vermogen van het armatuur daarbij passen.
Let op signalen tijdens een gewone werkdag
Een goede opstelling merk je niet alleen aan wat je ziet, maar ook aan hoe je zit. Moet je vaak je hoofd draaien om een reflectie te ontwijken, houd je een hand boven je ogen of schuif je het scherm steeds heen en weer, dan is de lichtinval nog niet passend. Verander telkens één onderdeel: eerst de positie van lamp of scherm, daarna pas de helderheid of raambekleding. Zo is duidelijk welke aanpassing verschil maakt.
Krijg je ondanks een rustige werkplek regelmatig aanhoudende oogklachten, hoofdpijn of wazig zien, bespreek dit dan met een opticien, huisarts of de verantwoordelijke voor je werkplek. Verlichting kan een rol spelen, maar is niet altijd de enige verklaring.
